10 april 2017

Wind, wifi en Wifi

Met mijn busje sta ik praktisch op het strand geparkeerd. Het kan hier en daar blijkbaar nog. Het is een geweldige plek en bivakkeer er al vier dagen. Ferragudo heet het plaatsje wat achter me ligt. Ik kijk uit op de havenmonding van Portimão.

Elke avond knipperen de groene- en rode havenlichten me geruststellend tegemoet. Hier kan ik tijden zitten mijmeren terwijl de zon onder gaat achter de flats en de marina’s aan de overkant. Genietend van een sigaartje luister ik naar de geluiden van de branding, de zeevogels, een kerkklok die slaat, een vrouw die met haar hond speelt op het strand.

Ferragudo

Het aardige van camperzwerven is dat je nooit weet wat je te wachten staat. Wat een plek je op kan leveren. Ferragudo blijkt heel veel op te leveren. Natuurlijk is dit plaatsje toeristisch maar het heeft de juiste mix tussen gemoedelijkheid, sfeer, bedrijvigheid in het haventje en vriendelijkheid. Er zijn restaurantjes maar je wordt niet door jan-en-alleman aangesproken om er plaats te nemen. In de nauwe straatjes achter het dorpsplein zitten kleine winkeltjes met hoeden en aardewerk. Ik laat mijn haar knippen door een kleine, maar gezette Portugese. Ondanks dat de kappersstoel op de laagste stand staat, kan ze er met schaar en kam nauwelijks bij. We moeten er samen om lachen.

Rondzwervend op de fiets kom ik in de grote visserijhaven van Portimão een beauty tegen, de Barlamar. Daar zal niet iedereen het mee eens zijn. Maar vissersschepen die in een hoekje van de haven aan de tijd worden overgelaten zijn voor mij een feest om te tekenen. In Bretagne vind je ze nog vaker, daar is het echt een traditie om versleten vissersschepen ‘een oude dag’ te gunnen.

Barlamar, Portimão



De echte badgasten liggen een strand verderop, aan de andere kant van het castelo. ‘Mijn’ strand wordt gebruikt door vissers, joggers en mensen die een rondje met het hondje doen. Achter me, tegen een hoge rots, staan de hokjes van de vissers. Het zijn stuk voor stuk prachtige, zelfgemaakte bouwsels van uiteenlopende materialen. Mijn indruk is dat de vissers deze hokjes meer gebruiken als toevluchtsoord. De mannen zitten er op zondagmiddag te luisteren naar voetbalverslagen op de radio. Of ze komen om te kletsen of te rommelen.
Onder een oude olijfboom woont een straatkattenfamilie, die elke avond even bij mijn bus komt kijken of er ook nog wat te halen valt.



Castelo de S. João do Arade is privé-eigendom, vertelt mijn buurcamperman Rolf. De eigenaar woont op Madeira. Af en toe steekt hij over met zijn jacht. Je kunt altijd zien of hij aanwezig is want dan waait de Portugese vlag in de vlaggenmast op de toren van het kasteel. Als hij er niet is maar wel personeel, dan waait een witte vlag. Staat het leeg, zoals nu, dan geen vlag. “Maar je merkt het ook aan de wifi”, gaat Rolf verder. “Als de eigenaar thuis is, dan hebben we hier gratis wifi, tot in de bus!” Rolf is pensionado en woont in zijn camper. “Ik ga maar twee keer per jaar naar huis. Voor de APK van de bus en voor de APK van mijn lijf”, grijnst hij. Hij komt hier wel vaker.

Maar over de wifi heb ik geen klagen. Op het dorpsplein is, zoals ik al vaak ben tegengekomen, prima wifi. Het is maar een kleine wandeling langs het haventje. Overigens heb ik ook een hondje ontmoet die Wifi heet, maar dat terzijde.

Markt

De hele week waait er een harde wind van zee. Oorzaak is het mooie weer. Het land warmt al op terwijl de zee nog koud is. Vandaag is het tijdens de plaatselijke rommel- en antiekmarkt stormachtig. De verkopers hebben er flink last van en regelmatig hoor je dingen om- of kapotvallen. Een Engelsman heeft samen met zijn dochter De handen vol om de partytent, die ze voor de schaduw hebben opgezet, niet de lucht in te laten vliegen. “Ik verkoop oude elpee’s, die kunnen absoluut niet in de zon. Maar dit is geen doen, ik hou er mee op.” Pech voor hem.
Ook ik heb last van de wind. Ik teken graag mensen op zo’n markt maar moet iedere keer een plekje uit de wind zoeken om te kunnen schetsen.



Wie geluk heeft, dat is Pjotr, een Poolse straatmuzikant. Hij zit midden op het plein en heeft een stuk of vijf terrassen vol publiek. Jimmi Hendrix, Stevie Ray Vaughan maar ook Poolse nummers, van alles komt langs. Af en toe neemt iemand de moeite om wat geld in zijn gitaarkoffer te gooien maar zijn inkomsten lopen niet snel op. Na een uur hard werken houdt hij het daarom voor gezien. Dan komt er een vrouw naar hem toe en spreekt hem aan. Ze vindt het jammer dat hij stopt en weet zeker dat er meer mensen zo over denken. “Ik ga wel voor je met de pet rond, als jij nog even blijft spelen.” “Deal”, zegt Pjotr maar wat blijkt; hij heeft geen hoed of pet.

Ik zit vlakbij te tekenen, hoor het gesprek en aarzel niet. Mijn pet wordt onmiddellijk in gebruik genomen. De vrouw is zeker twintig minuten bezig en komt met een pet boordevol geld terug. Beduusd weet Pjotr bijna niet wat te zeggen. Hij stamelt wat en zet met nieuwe energie Ridin with the wind in. Een kwartier later is het dan echt gebeurd met de muziek maar Pjotr weet nu wel wat hij wil zeggen: “Ferragudo, very good, thank you!”

Dit verhaal is eerder gepubliceerd op portugal.portal.nl

Geen opmerkingen: