5 april 2017

In de fuik geraakt

Vanaf Tavira rij ik westwaarts langs de kust in het kader van mijn zwerftocht. Na een paar kilometer rem ik alweer af. Het dorpje Santa Luzia heeft alle ingrediënten die ik waardeer. Ik weet haast niet waar te beginnen, zoveel wil ik hier al tekenend vastleggen.

Santa Luzia

Atûn, Sante Luzia


De hele dag hang ik rond in het vissershaventje. Ik begin met een paar afgedankte boten te tekenen en later, als ik me wat vertrouwder voel, zijn de vissers zelf aan de beurt. In Nederland zou je toch wat vreemd aangekeken worden maar de Portugese vissers hier vinden het allemaal prima dat er zo’n idioot als ik een paar meter van hun vandaan zit te schetsen.



De volgende morgen is men in de geul, die voor het dorp langsloopt, schelpen aan het zoeken. Ook deze mannen krijgen een plekje in mijn schetsboek.



Fuzeta

Verder westwaarts kom ik in Fuzeta terecht. Hetzelfde recept. Ook hier liggen de vissersboten in verschillende staat van dienst voor me klaar.
Deze keer tracteer ik mezelf op een camping met douche. Toeval of niet, de campingbaas begint uit zichzelf een verhaal over zijn vader, die visser was. Dat hij elke dag nog even naar de haven moet om de boten te zien en de zee te ruiken. Ik laat hem wat tekeningen zien. “Jij snapt het helemaal, het is mooi dat je dit vastlegt”, zegt hij terwijl hij de stekker van mijn stroomkabel in de stroomkast drukt.

Omdat ik zo lekker bezig ben sta ik er niet bij stil dat het ook anders kan. Verder westwaarts verwacht een volgend plaatsje aan te treffen waar ik weer helemaal te keer kan gaan. Maar ik heb het mis en als ik me beter had voorbereid, dan had ik het kunnen weten.

Olhão is een indicatie. Een rommelige, drukke boulevard met veel terrassen en een groot hek om de vissershaven. Hier heb ik niets te zoeken. Ik rij verder. Faro doemt op aan de horizon. Ai, dat ziet er groot en druk uit. Waarschijnlijk geen goede plek voor mij. Ik laat Faro links liggen en probeer het na deze stad opnieuw.

Intussen is de kust zelf ook verandert van karakter. Tot nu toe kenmerkte deze zich meestal als vlak aflopend, een getijdegeul, dan de smalle eilanden voor de kust met een slikgebied en duinen. Dan als laatste het strand en de zee.
Nu bestaat de kust uit heuvels, rotsen en stranden. Achter de kust rij ik langs golfbaanterreinen en attractieparken.

Ik beland in Quarteira. Daar sta ik oog in oog met een haven vol uit de hand gelopen speedboten in megaformaat. Weg is de gemoedelijkheid, weg is de vormentaal die de oude, taaie vissersbootjes, fuiken en netten met zich meebrengen. Ik ben zowaar even de kluts kwijt.

Het liefste was ik omgedraaid en teruggereden naar de plekken waar ik mijn geluk niet op kon. Maar dat wil ik niet. Dit is de afspraak die ik met mijzelf had gemaakt; ik volg de kust tot Sagres en dan noordwaarts. Dus ik rij verder.

Intussen maar eens goed op de kaart gekeken. Het is lastig de kust echt goed te volgen door het veranderde karakter van de omgeving. Er is geen directe kustweg meer, alleen afslagen vanaf de N125.

Albufeira

Voor ik het weet ben ik in het supertoeristische Albufeira. De dag is bijna om en het is onverstandig om door te rijden. Dat is vragen om problemen. De plaatselijke camperplaats biedt geen uitnodigende aanblik: verweerd beton en grind. Maar ik heb weinig keuze. Dit is de fuik die ik zelf heb geplaatst.
’s Avonds kijk ik heel even beneden, in het centrum. Laten we er geen woorden aan vuil maken. Het is allemaal niet voor mij bedoeld.

Toch ga ik de volgende dag de uitdaging aan. Is er iets in deze plaats te vinden dat mij wel aanstaat? Richting de haven dan maar. Op de fiets blijkt dat nog een hele uitdaging. De heuvels zijn stijl.
De marina ligt vol ongebruikt polyester, aluminium en roestvrijstaal. Op de achtergrond appartementen in zuurstokroze en babyblauw. Toeristen in t-shirts en korte jurkjes worden in een drijvende attractie gedreven. Ze mogen even de zee op, de motoren op turbo. Tot op het bot verkleumd zullen ze over een uurtje weer terugkeren.
Intussen ben ik doorgefietst naar de vissershaven. Hier hoop ik iets te vinden dat mij in de juiste sfeer brengt. Het zal ongetwijfeld aan mezelf liggen maar mijn oog blijft nergens hangen.

Uiteindelijk kom ik op een soort taxistandplaats voor TukTuks terecht. Ik vind een bankje in de schaduw en volg de chauffeurs die de toeristen aanspreken om ze een ritje aan te smeren. Daardoor raak ik wat betrokken en maak een tekening. Toch nog iets… Eén van de chauffeurs komt kijken wat ik doe. “Next time you bring a camera, it’s more easy”.



Mikki’s

De volgende dag gaan we weer on the road. Net als elke camperaar heb ik een app met alle camperplekken. Elke plek kan door de bezoekers beoordeeld worden door middel van een cijfer en reacties. Op zoek naar een betere plek dan Albufeira stuit ik op een merkwaardig fenomeen. Dat een camperplek aan de kust, met uitzicht op zee, zeer populair is en veel reacties oplevert, is logisch. Maar een camperplek in the middle of knowwhere, zonder mooi plaatsje, strand of iets attractiefs in de buurt? Tientallen reacties en allemaal geven ze een tien. Wat is het geheim van Mikki’s Place? Ik besluit de proef op de som te nemen en rij vanaf Albufeira zo’n 15 kilometer verder. Het laatste stukje rij ik over een stoffig zandweggetje. Dan doemen er vanuit het niets zo’n 100 campers op. Een soort camperoase lijkt het. De vele handgebakken, in felle kleuren geglazuurde, keramische objecten helpen bij deze aanblik. Het terrein lijkt er mee bezaaid.
Ik word ontvangen, of beter gezegd onthaald, door Mikki zelf. Ze heeft paars haar, een aparte bril, een warm Vlaams accent en een papegaai op haar schouder. Om haar heen zwerven twee kleine honden. Eén van de hondjes blaft. “Ssssjjjjjt” zegt de papegaai die Petertje heet.



Tijdens mijn reis ben ik hier even op vakantie. Mijn buurman heet Tommy, een oude hippie met een rond John Lennon-brilletje. Hij speelt ’s avonds in de bar Ierse liedjes op zijn versleten gitaar. “Petertje, ssssst”!

Dit reisverslag werd eerder gepubliceerd op portugal.portal.nl 

Geen opmerkingen: